Ik weet waar het vandaan komt, maar waarom verandert er niets?

Misschien herken je het. Je hebt al veel over jezelf nagedacht. Je weet inmiddels best goed waarom je reageert zoals je reageert. Je begrijpt waar je onzekerheid vandaan komt, waarom je zo gevoelig bent voor afwijzing of waarom je het moeilijk vindt om grenzen te stellen.

En toch gebeurt het weer.

Je neemt je voor om het de volgende keer anders te doen, maar op het moment zelf schiet je opnieuw in die oude reactie. Je klapt dicht, wordt boos, gaat pleasen, trekt je terug of begint aan jezelf te twijfelen.

Je begrijpt het met je hoofd, maar vanbinnen voelt het nog precies hetzelfde.

Begrijpen is niet altijd genoeg

Inzicht is belangrijk. Het helpt je om jezelf beter te begrijpen en met meer afstand naar je gedrag te kijken. Maar veel van onze patronen zijn niet alleen ontstaan vanuit gedachten.

Ze zijn gevormd door wat we in ons leven hebben meegemaakt en door wat we daaruit – vaak onbewust – over onszelf, anderen en de wereld zijn gaan geloven.

Misschien heb je ooit geleerd dat je vooral aardig moest zijn om de verbinding met een ander niet kwijt te raken. Dat boos worden niet veilig was. Dat je sterk moest zijn en niet te veel moest voelen. Of dat je pas goed genoeg was als je hard je best deed.

Ook wanneer je inmiddels rationeel weet dat dit niet meer nodig is, kan iets in jou nog steeds reageren alsof dat wel zo is.

Waarom oude patronen zo hardnekkig kunnen zijn

Een patroon heeft meestal ooit een functie gehad. Het heeft je geholpen om ergens mee om te gaan, jezelf te beschermen of in verbinding te blijven met belangrijke mensen om je heen.

Daarom vind ik het niet zo interessant om zo'n patroon simpelweg weg te willen krijgen.

Interessanter is de vraag:

Waarom is dit patroon er ooit gekomen en wat probeert het nog steeds voor jou te doen?

Onder perfectionisme kan bijvoorbeeld angst voor afwijzing zitten. Onder boosheid kan een behoefte liggen om eindelijk gezien of gehoord te worden. Achter jezelf voortdurend aanpassen kan de angst zitten dat een ander je anders niet meer aardig vindt.

Wanneer je alleen probeert het gedrag te veranderen, blijft dat wat eronder ligt vaak onaangeraakt.

Van weten naar ervaren

Binnen psychodynamische therapie kijken we daarom niet alleen naar wat je denkt, maar ook naar wat je voelt en ervaart.

Wat gebeurt er in je lichaam als iemand kritiek op je heeft? Wat wordt er geraakt wanneer iemand afstand neemt? Welke kant van jou neemt het op zo'n moment over? En herken je dat gevoel misschien van veel eerder?

Soms werken we daarbij met schaduwwerk, innerlijk-kindwerk of delenwerk. Soms met het lichaam, een visualisatie of een andere ervaringsgerichte werkvorm.

Niet om eindeloos in het verleden te blijven graven, maar om zichtbaar en voelbaar te maken wat nu nog steeds invloed op je heeft.

Want juist wanneer je kunt ervaren wat er onder een patroon ligt, ontstaat er ruimte om er anders mee om te gaan.

Je hoeft niet meer automatisch te reageren

Het doel is niet dat je nooit meer onzeker, boos, bang of geraakt bent.

Het gaat erom dat je steeds beter gaat herkennen: hé, dit is wat er nu in mij gebeurt.

En dat er tussen wat jou raakt en jouw automatische reactie langzaam wat meer ruimte ontstaat.

Ruimte waarin je niet meer alleen hoeft te reageren vanuit wat je ooit hebt geleerd, maar kunt voelen:

Wat heb ík nu nodig? Wat past bij mij? En hoe wil ik hiermee omgaan?

Dat is vaak het verschil tussen jezelf begrijpen en daadwerkelijk iets vanbinnen zien veranderen.